ROND MIDDERNACHT op maandag 11 maart 2013 voelde ik een onbeduidende pijn in mijn buik. Ik stond in de badkamer en bekeek mijn zwangere buik in de spiegel. Ik legde mijn handen op mijn buik en voelde de vormen van ons kindje. Hij reageerde op mijn aanraking.

Mark stond onder de douche en zei: “Ga in bed liggen schat. Ik ben zo bij je.” Het was een lange dag op mijn werk geweest en ik had deze week een hele drukke agenda. Zoals altijd eigenlijk. Ik was moe en besloot dat het beter was om naar bed te gaan. Maar hoe ik het ook probeerde, ik kon niet in slaap komen. Ik lag te draaien, ging steeds even uit bed en dan ging ik toch maar weer liggen. Ontspannen kon ik niet. Ik voelde een vreemde pijn in mijn buik en ook mijn rug voelde vreemd aan.

Om half 3 was ik nog steeds wakker. Ik deed mijn badjas aan, ben naar beneden gelopen en heb een glas warme melk gemaakt. Ik ging op onze loveseat zitten en keek voor me uit. De lichten waren uit. Ik keek naar buiten. Het was donker. Aan de overkant van het water zag ik het licht van de straatlantaarn. En de maan verlichte onze tuin.

Ik voelde een traan over mijn wang lopen. Er was iets niet goed. Wat is er toch? Waarom voelt mijn buik hard? Waar komen die pijnen opeens vandaan?

Een paar dagen geleden hadden we nog een groeiecho gehad. De gynaecoloog was heel tevreden. Onze zoon groeide volgens het boekje en was inmiddels ruim 32 weken. We hadden vanavond voor het naar bed gaan nog zijn ledikantje opgemaakt. Zijn kamertje was af. Alles was klaar om hem met open armen te ontvangen. Ik was op mijn werk aan het voorbereiden om met zwangerschapsverlof te gaan. En nu dit…

Ik liep terug naar onze slaapkamer om Mark wakker te maken. Hij was bezorgd maar zei dat ik toch moest proberen te slapen. Een uur later hebben we de verloskundige gebeld. Ik was emotioneel door de pijn en de vermoeidheid. Zij zei dat ik die ochtend maar even langs moest komen op het spreekuur en dat ik nu onder een warme douche kon gaan staan om te ontspannen. Daarna werd de pijn snel heviger.

De rit naar het ziekenhuis was onbeschrijfelijk. De pijnen waren hevig. Ik lag onderuit op de rechter voorstoel met mijn benen omhoog en mijn voeten op het dashboard. Ik blijf maar herhalen: “Wat gebeurt er? Wat gebeurt er?” Had ik weeen? Waarom bleef het constant maar doorgaan? Wanneer had ik voor het laatst ons kindje gevoeld?

We hadden deze route al zo vaak gereden. Ik ging bijna elke week voor controle naar het ziekenhuis. Het was heel vroeg op de ochtend en nog rustig op de weg. Maar het leek eindeloos te duren. Mark heeft alle verkeersregels overtreden en we kregen boze reacties van mede weggebruikers.

Eenmaal in het ziekenhuis kon ik nauwelijks meer lopen. Ik zocht steun bij de stoel in de wachtkamer en stond voorovergebogen van de pijn. Ik zag de blik op het gezicht van de verloskundige. Ze nam ons snel mee de behandelkamer in en luisterde of ze een hartje hoorde kloppen. Ze belde de arts dat we met spoed eraan kwamen en Mark en zij hesen mij in een rolstoel. Het volgende moment lag ik aan de monitor en ik keek gespannen naar de arts.

Mark stond links naast het bed en vloekte. GODVERDOMME. NEE. DIT KAN NIET. Ik keek de arts ontsteld aan en zei dat ze opnieuw moest kijken. Ik wist het wel, maar geloofde het niet. Ik zocht steun bij de andere mensen die om mijn bed stonden, waarvan ik me niet meer kon herinneren wie het waren.