ALS JE MIJ HAD GEVRAAGD hoe mijn leven was voor het moment waarop mijn zwangerschap plotsklaps kritiek werd, dan zou ik hebben gezegd dat ik gezegend was. Ik was getrouwd met mijn grote liefde. We hadden twee jaar daarvoor een prachtig huis gekocht. We maakten geweldige reizen naar de mooiste bestemmingen. Hadden allebei een mooie carrière en nog zoveel kansen voor de toekomst. En als kers op de taart was ik in een keer zwanger.

Mijn zwangerschap kwam als een verrassing. Ik was net die maand gestart in een nieuwe baan. Ik had besloten, na 12 jaar voor verschillende opdrachtgevers gewerkt te hebben als projectmanager, dat het tijd was om mijn horizon te verbreden. Ik hield van mijn werk. Ik vond de dynamiek en afwisseling geweldig. En ik was altijd “eigen baas”, omdat ik als projectmanager eindverantwoordelijk was voor het resultaat. Ik was als “business projectmanager” gespecialiseerd in organisatieverandering en innovatie. Mijn nieuwe baan als marketing- en communicatiemanager gaf me de kans om me een nieuw vak eigen te maken, een nieuwe afdeling op te zetten en in een vast team te werken. Het was pionieren. Deze functie was nieuw binnen dit organisatieonderdeel. Ik houd van uitdagingen, iets nieuws ontwikkelen, avontuur…

Na ons huwelijk was ik gestopt met de pil. Het schijnt vaker voor te komen, maar ik werd niet ongesteld. Na een paar maanden ben ik naar de huisarts gegaan, die me doorstuurde naar het ziekenhuis. Hij zei dat hij gezien onze kinderwens niet te lang wilde wachten. De gynaecoloog zag een disbalans in mijn hormoonspiegel en zei dat het heel goed te behandelen was.

Ik zal het nooit vergeten. Ik ging ’s ochtend de deur uit en ging naar het ziekenhuis voor een controle. Ik zei nog tegen Mark: “Die kuur is niet aangeslagen, nog geen ongesteldheid.” Eenmaal bij de gynaecoloog bleek dat de kuur heel goed zijn werk had gedaan. Ik stond stuiterend van blijdschap met de echo-foto in mijn hand. Ik kon het niet geloven. Als ik dit had geweten dan had ik Mark gevraagd om met me mee te gaan. Ik liep naar buiten en besloot om een stuk om te fietsen zodat ik hem ergens rustig kon bellen. Nou ja, rustig…

“Hoe is het gegaan schatje?” vroeg Mark toen hij de telefoon opnam. Ik zei iets in de trend van “heel goed… ongelofelijk goed zelfs.” We konden het allebei nauwelijks bevatten, maar we waren zo blij. Op weg naar mijn werk kocht ik een kaart voor Mark en schreef daarop een speciale boodschap. De rest van de dag zweefde ik een stukje boven de grond. Ik kon het niet vertellen, maar ik was zo ongelofelijk blij dat ik het wel van de daken kon schreeuwen.

Elke controle gingen we samen. Zo zagen we met 6 weken al dat het hartje klopte. Met twaalf weken kon de gynaecoloog al zien welk geslacht ons kindje was. Wilden we het weten? We waren zo benieuwd. Mark zei: “ik zie het al, hij heeft een stok en we moesten vreselijk lachen. Het was inderdaad een jongetje. Mark had er stiekem op gehoopt. Ik vond het geweldig. Toen we hand in hand het ziekenhuis uitliepen, zeiden we glimmend van trots tegen elkaar: “dan weten we ook hoe hij heet….onze kleine Luc.”

Op mijn werk was het best wel hectisch. Volgens mijn directeur was er uitslaande brand. Collega’s zeiden dat we meteen moesten gaan puinruimen. Daar voelde ik weinig voor. Ik hou niet van paniekvoetbal en al helemaal niet zonder een plan. Ik besloot tijd te kopen om met een visie en een strategie te komen. We interviewden sleutelpersonen in de organisatie en maakten een inventarisatie van wat nodig was. We gingen grondig te werk, maar wisten ook dat we niet te lang konden wachten voordat we het plan konden presenteren. Nadat we ons voorstel klaar hadden, bleek het besluitvormingstraject veel tijd in beslag te nemen. Het was op z’n minst gezegd een interessant traject.

De maanden daarna was ik hard aan het werk, maar ook volop aan het genieten van mijn zwangerschap. Het was een prachtige periode. Ik voelde me goed, had energie voor honderd en geen greintje pijn…. tot 11 maart rond middernacht.